Slangen in Nederland

Heb jij weleens wilde slangen in Nederland gespot? Nee? Niet zo gek hoor, je komt ze ook niet zoveel tegen. Slangen zijn schuwe dieren en bang voor mensen. Als er iemand komt, verstoppen ze zich snel tussen de struiken onder een steen of in een holletje onder de grond.

Maar soms zie je ze weleens. Op een zonnige dag ergens op de hei liggen slangen weleens lekker in het zonnetje. Dat moet ook wel, want slangen zijn net als andere reptielen koudbloedige dieren. Dat betekent dat ze zichzelf niet kunnen opwarmen maar helemaal afhankelijk zijn van de omgevingstemperatuur.

Slangen in Nederland

Hoewel je bij wilde slangen niet direct aan Nederland denkt, hebben we ze hier wel degelijk. Zelfs een giftige slang komt voor in Nederland. Wil je weten welke? Lees dan snel verder!

In Nederland komen drie verschillende soorten slangen voor: de ringslang, de gladde slang en de adder. Alle slangen in Nederland leven van muizen, kleine hagedissen, kikker en salamanders. Om deze dieren te vangen hebben slangen een speciaal orgaan. Het orgaan van Jacobson. Hiermee kunnen slangen ruiken en proeven tegelijk! Door hun tong regelmatig naar buiten te steken kunnen ze ruiken en proeven of er een prooidier in de buurt is.

Slangen in Nederland leven vooral op heidegronden en in bossen. De ringslang is een slang die van water houdt en is dus altijd in de buurt van sloten en beekjes te vinden. Soms zie je deze slang weleens langs het water op een dijk uitrusten.

Wil je een slang in Nederland vinden, zul je in de zomer op zoek moeten gaan. Slangen houden namelijk een winterslaap. Dan zijn ze moeilijk te vinden. Als het in het najaar koeler begint te worden, zoeken ze een schuilplaats op zodat ze beschut en veilig de koude winter kunnen overbruggen. De stofwisseling wordt dan stilgelegd en hun lichaamstemperatuur daalt. Ze gebruiken bijna geen energie en kunnen met de vetreserves van de zomer overleven. In het vroege voorjaar worden ze weer wakker.

Hieronder wat meer informatie over de verschillende soorten slangen in Nederland.

De gladde slang; altijd goed verstopt

De gladde slang is maar een kleine slangensoort. Over het algemeen worden ze niet groter dan 70 centimeter. De gladde slang is grijsbruin met een glimmende huid. Op de huid zitten donkere vlekken. Hij is niet agressief en voor mensen niet gevaarlijk. Hij heeft gele ogen met kleine ronde pupillen. Bijzonder van deze slang is dat hij geen eieren legt, maar levendbarend is. Net als bij zoogdieren komen jonge slangen in z’n geheel uit de moederslang. De gladde slang is het meest moeilijk om in het wild te vinden. Ze zijn erg schuw en verstoppen zich goed. De slang komt voor in grote delen van Nederland. In het noorden van het land, op de Veluwe en in sommige delen van Limburg.

gladde slang
De gladde slang

De adder; giftig, maar niet gevaarlijk

De adder is de enige giftige slang die in Nederland voorkomt. Maar je hoeft niet bang te zijn. Een adder bijt zelden mensen. Ze vluchten liever dan dat ze aanvallen, tenzij ze zich erg in het nauw gedreven voelen. Laat je ze met rust kan er niks gebeuren.

De adder is geen grote slang. Een volwassen slang is ongeveer 70 centimeter. In tegenstelling tot de gladde slang is deze wel erg gespierd. De adder is grijsbruin met een opvallend zigzagpatroon op de rug. Hij lijkt altijd boos, omdat hij verticale, streng uitziende pupillen heeft.

De adder is tegenstelling tot veel andere slangen ook overdag actief. Hij is levendbarend, wat betekent dat hij geen eieren legt. De adder komt voor in grote delen van het land, waaronder Drenthe, Friesland, Limburg en Gelderland.

adder
De adder

De ringslang: de grootste van de drie

De ringslang is van de in Nederland voorkomende slangen, de grootste. Met een volwassen lengte van wel 1,5 meter is het een opvallende verschijning. Je kunt hem daarnaast herkennen aan een geel en zwartgekleurde ring achter zijn kop. De ringslang is een goede zwemmer, zowel onder als boven water. De ringslang is niet gevaarlijk en niet giftig.

Wanneer deze slang zich bedreigd voelt, zal hij zelden bijten. Hij heeft een ander trucje. Wanneer er gevaar dreigt, doet hij net alsof hij dood is. Hij rolt zicht helemaal op en houdt zijn lichaam slap. Zijn tong rolt hij naar buiten en met zijn mond half open, lijkt het voor veel dieren dat hij dood is. Natuurlijke vijanden vinden dit niks en laten de slang met rust. Als de kust weer veilig is, snelt de ringslang naar een veilig plekje.

De ringslang legt als enige slang in Nederland wel eieren. Gemiddeld zo’n 20 tot 30 stuks! Omdat er warmte nodig is voor het uitbroeden van deze eieren, maakt de slang zijn nest van compost, bladeren en mest (lekker warm). In deze broeihoop blijven de eieren lekker warm.

De ringslang komt voor in delen van Nederland waar veel water te vinden is. Zelfs rond Amsterdam! Daarnaast in Utrecht, op de Veluwe, in Drenthe. Ook in het waterrijke Friesland worden ringslangen regelmatig gespot.

Ringslang
De ringslang

Alles slangen in Nederland behoren tot de beschermde diersoorten. Je mag ze dus niet in het wild vangen en mee naar huis nemen. Alle regels wetten kun je terugvinden in de Flora- en faunawet.

Slangen in Nederland; welke kun je spotten?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *